Seminars

Pontignano congres (2021)

Verslag

Van 19 tot en met 10 september 2021 vond het 37ste Pontignano-seminar plaats in Bertinoro, Italië. Het Pontignano-seminar is een jaarlijks terugkerend seminar voor promovendi en beginnende post-doc’s sociaal recht uit Europa. Het idee achter het seminar is om jonge onderzoekers uit verschillende Europese landen de mogelijkheid te bieden met elkaar over actuele vraagstukken binnen het arbeidsrecht te discussiëren en te bestuderen. De methode van onderzoek is rechtsvergelijking. Het thema van het seminar betrof dit jaar: Labour relations in the digital era (possibly with an eye on the use of digital work during the pandemic). Dit jaren waren er deelnemers uit België, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en Rusland.

Per land neemt een delegatie van 3 onderzoekers mee aan het seminar. De promovendi Cara van den Bor (Vrije Universiteit Amsterdam), Jorn Kloostra (Radboud Universiteit) en Roy Poelstra (Universiteit van Amsterdam) waren de Nederlandse afgevaardigden. De begeleiding van het Nederlandse team lag, zoals ook in voorgaande jaren, bij Teun Jaspers (emeritus hoogleraar Universiteit Utrecht/research fellow Universiteit van Amsterdam) en Beryl ter Haar (hoogleraar European and Comparative Labour Law University of Warsaw en bijzonder hoogleraar Europees en vergelijkend Arbeidsrecht Rijksuniversiteit Groningen).

De opzet van het seminar: het seminar ving aan met de presentatie van nationale rapporten, verzorgd door professoren uit de deelnemende landen, over belangrijke ontwikkelingen in hun thuisland die verband houden met het thema van het seminar. Na de inleiding per deelnemend land zijn drie groepen gevormd waarin elk land tenminste met één persoon was vertegenwoordigd. Elke groep heeft een deelonderwerp toegewezen gekregen om vanuit rechtsvergelijkend perspectief te bestuderen. De onderzoeksbevindingen van de drie verschillende groepen zijn op de laatste dag gepresenteerd aan de alle deelnemers.

In de drie werkgroepen zijn de volgende onderwerpen behandeld:

In de werkgroep Classification of platform work ging het om de kwalificatie van de arbeidsrelatie bij platformarbeid. Centraal stond de vraag in hoeverre het recht in de deelnemende landen in staat is om te gaan met de kwalificatie van platformarbeid. Om iets te kunnen zeggen over dit aspect is allereerst stilgestaan bij de meer algemene vraag wanneer het arbeidsrecht van toepassing is. Uit deze vergelijking bleek dat er over het algemeen veel overeenkomsten waren. Wel vielen er bij sommige landen aspecten op. Een voorbeeld is het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst dat het Nederlands arbeidsrecht kent. Vervolgens is er gekeken naar de rechtspraak over platformarbeid in de betreffende landen. Daaruit viel op te maken dat rechters over het algemeen steeds vaker tot de conclusie komen dat platformwerkers een arbeidsovereenkomst hebben. Ook is er nog aandacht besteed aan wetgevende initiatieven ten aanzien van platformwerk. Zo kent een aantal landen inmiddels specifieke regelgeving ten aanzien van de juridische status van platformwerkers. De slotsom was dat hoewel landen in staat lijken platformarbeid een plaats te geven, er ook nog voldoende uitdagingen over blijven.

 

Download de presentatie >

In de werkgroep Collective labour rights is stilgestaan bij het belang van collectief onderhandelen in het algemeen en meer specifiek het belang van collectief onderhandelen voor (on-demand) platformwerkers. Kenmerkend voor deze groep werkenden is dat zij zich veelal in precaire posities begeven. Voorgaand aan de juridische analyse is stilgestaan bij de praktische problemen die zich voordoen bij het verenigen van platformwerkers. Bij de rechtsvergelijking is ingegaan op de juridische (on)mogelijkheden in de verschillende landen voor platformwerkers om zich te verenigen en collectief te onderhandelen. Hierin kwam een zekere overlap met de eerste werkgroep tot uiting: door de (mis)kwalificatie van platformwerkers als zelfstandigen in plaats van werknemers is het hen over het algemeen niet toegestaan om collectief te onderhandelen wegens strijd met het (EU)mededingingsrecht. De werkgroep heeft naar aanleiding van het rechtsvergelijkend onderzoek drie dimensies onderscheiden die in de verschillende landen in de praktijk worden waargenomen om collectief een vuist te maken voor de platformwerkers : acties door traditionele vakbonden, juridische procedures die (o.a. door vakbonden) gevoerd worden en andere collectieve acties (grassroot movements).

 

Download de presentatie >

In de werkgroep Remote Working zijn verschillende juridische vraagstukken behandeld die zich in de deelnemende landen voordoen in relatie tot dit onderwerp. Kennen de verschillende landen bijvoorbeeld een recht op thuiswerken of een right to disconnect en zo ja, hoe is dit op nationaal niveau juridisch vormgegeven? Is, en zo ja in hoeverre, de werkgever in de verschillende landen verantwoordelijk voor de inrichting van een veilige werkomgeving indien de werkomgeving zich niet bevindt in de bedrijfsruimten van de werkgever? En tot hoever strekt deze verplichting zich: alle werkplekken buiten de bedrijfsruimte van de werkgever of uitsluitend de thuiswerkplek? Een ander, niet onbelangrijk punt van discussie, betrof het punt wie toezicht houdt op de naleving van wetgeving op het vlak van bijvoorbeeld arbeids- en rusttijden? Handhaving van deze regels is niet louter van belang vanuit werknemersperspectief, maar dient ook een maatschappelijk hetzij publiek belang. Hoewel het uiteraard in belang van de werknemer is dat zijn werkplek in overeenstemming is met de arbeids- en rusttijden maar ook gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, kan handhaving van deze voorschriften op de thuiswerkplek in sommige gevallen strijd opleveren met artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privéleven).

 

Download de presentatie >

 

Aan het slot ging professor Emanuele Menegatti (University of Bolonga) in op de bevindingen van de werkgroepen en reflecteerde hij op de aanbevelingen. Hier kwamen de verschillende aspecten weer samen en werd duidelijk dat er de aankomende jaren nog voldoende ruimte over is voor juridische discussies. Bij de nabespreking is tevens geconcludeerd dat de verschillende landen veel overlap hebben op de verschillende onderwerpen, logischerwijs ingegeven door het feit dat veel nationale regels voortvloeien uit communautair Europees recht.

Het Pontignano seminar is natuurlijk om meerdere redenen interessant en voor ons zeer geslaagd. Niet alleen over de locatie en de inhoud, maar ook over de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier een internationaal kennisnetwerk, bestaande uit buitenlandse PhD’s en profesoren, op te bouwen. Dit kan interessant zijn als je in de toekomst met vragen zit of een buitenlandse samenwerking aan wilt aangaan. Zo is er een LinkedIngroep gemaakt met alle deelnemers en is er nog steeds een Whatsappgroep, waarin door collega-promovendi bijvoorbeeld dankbaar gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid ook inhoudelijke vragen te stellen over nationale aangelegenheden.  Ook zijn wij erg te spreken over het sociale aspect van het seminar. Buiten de werkgroepen was er tijd om elkaar beter te leren kennen. Er is elke avond een diner en daar leer je elkaar ook persoonlijk beter kennen. Al met al een erg waardevolle en leuke ervaring en absoluut een aanrader!

Opleiding

Seminars

Jaarlijks vinden er twee internationale seminars plaats die onderdeel uitmaken van de promovendi-opleiding. Elke promovendus wordt geacht ten minste één keer gedurende een opleidingscyclus van vier jaar aan één van deze seminars deel te nemen. Dit is tevens een vereiste voor het verkrijgen van het certificaat en de titel Levenbachfellow.

Voor meer informatie over de seminars of om aan te melden kunt u contact opnemen met Teun Jaspers (a.jaspers@uu.nl).

 

Pontignanano seminar

De “Pontignano seminar” is vernoemd naar het Italiaanse klooster nabij Sienna waar de seminar de eerste paar jaar heeft plaatsgevonden. Tijdens dit seminar staat het doen van een rechtsvergelijkend onderzoek naar een arbeidsrechtelijk onderwerp centraal.

Hieronder een verslag van het seminar van 2014:
Van 9 tot en met 12 september vond het 31e Pontignano Symposium plaats. Mijke Houwerzijl ging als Nederlandse hoogleraar mee. De Nederlandse promovendi delegatie bestond uit Eva Grosheide (UvA), Nataschja Hummel (VU), Suzanne Kali (Radboud) en Marieke ten Broeke (UvA).

Met de prachtige Italiaanse kust als decor werd vier dagen gesproken over ‘Core and contingent workers in the company’. In vier verschillende werkgroepen werd gediscussieerd over de definitie van contingent work, gelijke behandeling van contingent workers, de voorwaarden waaronder contingent work plaatsvindt en zou moeten vinden, en tot slot de rol van collectief arbeidsrecht.

Een leerzame vierdaagse; niet alleen op het gebied van arbeidsrecht en rechtsvergelijking, maar ook door het kennismaken met promovendi en professoren uit verschillende Europese landen.
(Verslag en foto’s van Marieke ten Broeke)

Young Researchers Seminar ELL

Dit seminar vindt eveneens jaarlijks plaats, afwisselend in een van de deelnemende landen. Anders dan de Pontignano serminar, staat in dit seminar het presenteren van eigen onderzoek centraal. Omdat het presenteren van eigen onderzoek centraal staat, lopen de onderwerpen uiteen en bestrijkt dit het brede veld van het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht. Samen met collega promovendi uit de andere deelnemende landen wordt er over elkaars onderzoek gediscussieerd. Een unieke gelegenheid om ervaring op te doen in het presenteren en discussieren in een internationale setting en om kennis op het gebied van het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht te verbreden.

Overige Internationale Seminars

Behalve de twee seminars die deel uitmaken van de promovendi-opleiding doet zich ook met enige regelmaat de gelegenheid voor om via het Levennbachinstituut aan een ander internationaal seminar deel te nemen. Deze bijeenkomsten worden op de nieuwspagina aangekondigd. Deelname aan deze seminars wordt aangemoedigd, maar telt niet mee voor het opleidingsprogramma.